Controversieel 1

Zoals bekend heeft Nederland momenteel een demissionair kabinet. Een demissionair kabinet handelt alleen de ‘lopende zaken’ af. De Eerste en Tweede Kamer bepalen ieder wat daar niet onder valt. Zulke beleidsonderwerpen zijn daarmee ‘controversieel’. De TK publiceerde diens lijst op 11 april.  Het is een 30 pagina’s lange lijst waaronder veel VWS. Niet eens zozeer wetsontwerpen. Zo gaat de behandeling van de wijziging van de Wet publieke gezondheid na eerder herhaald uitstel gewoon door, hoewel hier toch enkele gevoelige aspecten aan zijn verbonden (met name de overgang van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het RVP van het RIVM naar de gemeenten, praktisch door de JGZ). Overigens is het wetsontwerp elektronische zorgpolis wel controversieel verklaard terwijl ik eigenlijk niet zie wat daar nu controversieel aan is.

Op die wijzigingen in de Wpg komen wij nog eens terug. Veel langer dan de lijst controversiële wetsontwerpen is de lijst controversiële beleidsonderwerpen. Die lijst toont ook de enorme opgave van een ministerie als VWS en de hoge maatschappelijke gevoeligheid er van. Daarmee ook van ons vak, het gezondheidsrecht. Een deel van die onderwerpen heeft betrekking op de structuur en financiering van het zorgstelsel. Een belangrijk deel heeft betrekking op hoogst gevoelige medisch ethische onderwerpen rond het begin en einde van het leven en preventie, vaak na een advies van de Gezondheidsraad. Ook de discussie rond de mogelijkheden van de IGZ (en de voorgenomen samenvoeging met de Inspectie voor de Jeugdzorg) is controversieel verklaard.

De Eerste Kamer besloot overigens geen enkel daar aanhangig wetsontwerp controversieel te verklaren. En daar ligt bijvoorbeeld het uiterst gevoelige wetsontwerp gedwongen zorg. Naast het initiatief wetsontwerp van D66 over het actief donorregister. Als initiatiefvoorstel zou dat naar mijn mening altijd doorgang kunnen vinden. Immers dat wordt verdedigd door een (Tweede) Kamerlid en niet door de demissionaire regering.

Voor de aardigheid buiten ons vakgebied. De discussie over ‘hoogrisico’ honden (valt merkwaardig genoeg onder EZ) is ook controversieel.

Tuchtzaak van de maand mei

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg ECLI:NL:TGZRSGR:2017:57 4-4-2017, nr. 2016-232.

Al heb je nog zulke goede bedoelingen, een hulpverlener moet altijd professionele afstand bewaren. Een voorbeeld van een casus waarin die afstand ontbrak blijkt uit de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege van de Gezondheidszorg (RTG) waar een kinderarts wordt berispt wegens twee opgestelde (medische) verklaringen. Afgaande op de eenzijdige informatie van grootmoeder legt een kinderarts aan Veilig Thuis een belastende verklaring af over moeder, waarbij zij nalaat contact op te nemen met de moeder. Daarmee heeft zij zonder deugdelijke reden het in de KNMG-meldcode ’kindermishandeling en huiselijk geweld’ opgenomen stappenplan niet gevolgd. Zij heeft voorts nagelaten de casus met een collega te bespreken en om Veilig Thuis eerst om advies te vragen. Verder stuurde zij de verklaringen, zonder toestemming van moeder, aan meerdere hulpinstanties, grootmoeder en haar advocate. De kinderarts heeft daarmee onvoldoende afstand bewaard en zich te veel laten meeslepen in wat zij dacht dat in het belang van het kind was. Hoewel in lijn met eerdere tuchtuitspraken, kan de praktijk van deze uitspraak toch nog wat leren.

Lessen voor de praktijk

1. Vaste jurisprudentie (r.o. 5.7) is dat een arts zeer terughoudend dient te zijn bij het afgeven van een verklaring waarvan hij weet dat deze in een juridische procedure kan worden gebruikt. De KNMG adviseert in haar richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ aan behandelend artsen om geen verklaring af te leggen ten behoeve van eigen patiënten. Deze terughoudendheid heeft onder meer te maken met het belang van de arts-patiënt relatie bij een geneeskundige behandelovereenkomst, alsook de waarde die aan een verklaring van een arts wordt gegeven. De kinderarts uit de bovengenoemde uitspraak zag na de eerste intensieve vervolgperiode in het eerste levensjaar het kind ongeveer eenmaal per jaar. Grootmoeder hecht blijkbaar zoveel waarde aan de verklaring van de kinderarts dat zij en haar advocaat deze inbrengen in de procedure over het conflict met moeder omtrent de woonplaats van het kind. Mocht u in de praktijk met een situatie te maken krijgen waarin u om een verklaring wordt gevraagd, dan heeft de KNMG een zogenoemd weigeringsbriefje opgesteld, ter ondersteuning als toelichting bij uw weigering om als behandelend arts een geneeskundige verklaring af te geven.

2. Een hulpverlener dient zich te houden aan het beroepsgeheim Het beroepsgeheim ligt aan de basis van de geneeskundige behandelingsovereenkomst en mag dan ook niet zomaar doorbroken worden. Mocht de hulpverlener van mening zijn dat ernstige schade aan de patiënt of anderen (mogelijk) kan worden voorkomen door toch informatie vrij te geven, dan is sprake van conflict van plichten. De hulpverlener kan dan het beroepsgeheim doorbreken en proportionele informatie verstrekken waarmee de ernstige schade mogelijk kan worden voorkomen. In de bovengenoemde uitspraak overweegt het RTG dat gelet op de mogelijk onveilige situatie van dochter wanneer zij bij moeder zou gaan wonen, het ondernemen van actie op zich niet onjuist was, maar een melding bij Veilig Thuis had het sluitstuk moeten zijn. Zonder deugdelijke motivatie is het stappenplan uit de Meldcode, waaronder het toepassen van hoor- en wederhoor alvorens over te gaan tot een melding, niet gevolgd. De kinderarts wordt verder aangerekend dat de door haar verstrekte informatie verder ging dan in het kader van de melding bij Veilig Thuis noodzakelijk was en dat de verklaring(en) de gevergde zakelijke toon misten.

Een rechtvaardiging door een beroep op een ‘conflict van plichten’ gaat niet snel op. Voorts werd een dag later nog eens een aanvullende, belastende, verklaring afgegeven na melding aan Veilig Thuis. De kinderarts had op dat moment opnieuw een belangenafweging moeten maken. Was het afgeven van de aanvullende verklaring en de verspreiding daarvan onder de genoemde, grote groep van personen, proportioneel en noodzakelijk. Deze noodzakelijke dubbele belangenafweging werd eind vorige maand door het CTG nog eens onderstreept. In onze laatste nieuwsbrief werd de oorspronkelijke uitspraak van het RTG besproken

3. Subjectieve informatie noteren in een dossier mag voor zover het door de patiënt zelf verstrekte informatie betreft. In de huisartsenpraktijk is de SOEP-methode (Subjectief, Objectief, Evaluatie, Plan) zelfs gemeengoed. Maar mag de arts deze informatie ook mededelen aan anderen? Uit bovengenoemde uitspraak blijkt dat de kinderarts in de aanvullende verklaring subjectieve informatie noteerde, die zij verkregen had via grootmoeder. Zo meldde de arts in haar verklaring dat moeder en haar vriend bekendheid genoten in de Nederlandse samenleving door het optreden in een televisieprogramma. Los van de vraag of de arts dit in het dossier onder de S van SOEP had mogen noteren, deze subjectieve informatie behoort de arts niet te verstrekken. Daarbij komt dat een arts objectief dient te blijven. Uit een andere uitspraak  van het CTG van 16 maart jl. blijkt dat het niet altijd te voorkomen is dat subjectieve informatie uit het dossier in een gerechtelijke procedure wordt betrokken. Als een patiënt gebruikmaakt van zijn recht op het verkrijgen van een afschrift van het medisch dossier, dan omvat dit afschrift ook de subjectieve informatie. Als de patiënt dit afschrift vervolgens in een gerechtelijke procedure inbrengt, dan komt dus ook de subjectieve informatie in de procedure terecht. Klager in de voornoemde uitspraak van het CTG was van mening dat een arts bij het verstrekken van een afschrift uit het dossier in een brief uitleg moet geven dat de S van de SOEP-methode het verhaal van de patiënt betreft, en niet een objectieve waarneming van de arts. Het CTG geeft aan dat het ook aan de rechter is om zich in kennis te stellen van de SOEP-methode alvorens een conclusie aan het afschrift en de daar subjectieve informatie te verbinden. Het CTG verwierp het beroep.