Beter gezondheidsrecht – enkele beschouwingen naar aanleiding van Goed recht

In: J.C.J. Dute, J.K.M. Gevers, G.R.J. de Groot (red.) Omzien naar de toekomst, 35 jaar preadviezen voor de Vereniging voor Gezondheidsrecht, Bohn, Staleu, van Lochum, Houten, Diegem, 2002, p. 21-44.
Een leuk verhaal, al zeg ik het zelf. Het te bepreken preadvies van Legemaate was dermate breed dat het aanleiding kon geven tot uitvoerige beschouwingen over het gezondheidsrecht. Bovendien zette dit preadvies mij op het spoor van een benadering waarin de normen uit de praktijk een plaats kunnen krijgen. Onder meer wordt ingegaan op de evaluaties van de wetgeving omtrent patiëntenrechten die de laatste jaren is verschenen. Ik ben daar niet zo positief over. Uit de WGBO evaluatie zou onder meer naar voren komen dat hulpverleners de WGBO normen omtrent privacy niet hebben begrepen en dus moeten worden (her)opgevoed. Met ruime subsidies van VWS is dat inmiddels ook in gang gezet. Ik doe daar niet aan mee.

Tegenover de nogal klakkeloze conclusies van de auteurs van de evaluatiestudie plaats ik een andere conclusie. Bij het gegeven voorbeeld: hulpverleners gaan kennelijk uit van een andere norm omtrent het beroepsgeheim. Die betekent dat gegevens omtrent de patiënt nimmer buiten de gezondheidszorg bekend mogen worden maar dat binnen de gezondheidszorg verkeer van patiëntengegevens gemakkelijker mogelijk moet zijn dan de normen van de WGBO zouden wensen. De onderzoekers miskennen deze inherente normativiteit van het beroep. Zij gaan daarom al helemaal voorbij aan de vraag waarom dat een minder juiste opvatting zou zijn en blijven steken in eerder ingenomen (er is nu niet bepaald een onderscheid tussen onderzoekers in het kader van de evaluatie en adviseurs dan wel auteurs rond de totstandkoming van de WGBO) standpunten.